zondag 12 juni 2011

Plekken der moeite: moraliseren zonder mandaat.

De drie honden blaffen en grommen als de hellehond Cerberus, springen tegen mij op en begeleiden mij al blaffend en springend richting de woning. De bel gaat en na enkele tellen gaat de deur open. In de opening staat moeder, met in haar mondhoek een ‘sjekkie’, in de ene arm de baby en met de andere hand houdt ze de deur net genoeg open om te kunnen zien wie er voor de deur staat. Na de herkenning gaat de deur verder open en moeder knikt met haar hoofd richting de woonkamer. In de woonkamer hangt een doordringende transpiratiegeur, vermengd met de geur van zware tabak. Daar zit vader, in een smoezelig wit hemd waardoor de tattoo’s op de vlezige armen duidelijk zichtbaar zijn. Het is 11 uur in de ochtend, maar vader heeft al een groot blik bier voor zich op tafel staan. Hij ziet dat ik naar het blik bier kijk, naar de klok op de wand en weer naar het blik, maar vader lijkt geen enkele aanvechting te voelen het blik te verwijderen of zich te verontschuldigen.

Moeder is inmiddels ook in de woonkamer, kijkt vader vernietigend en mij daarna verontschuldigend aan en dirigeert mij met haar elleboog en lijf richting de babykamer. De babykamer ziet er onberispelijk uit, de zachte geur van talkpoeder hang in de lucht en de kamer had model kunnen staan in iedere Prenatalwinkel. “Helemaal zoals de kinderrechter gezegd heeft, dus de baby hoeft niet naar een pleeggezin”, zegt moeder, half stellig, half vragend.

Ik zeg dat ik daar niet voor kom vandaag, maar dat ik ben gekomen vanwege de zorgen rondom Junior. Junior is 16 jaar en heeft een half jaar geleden voorwaardelijke Jeugd-TBS opgelegd gekregen. Een jaar geleden is hij opgepakt voor diverse overvallen en inbraken en bij de laatste inbraak stond hij met een klauwhamer achter de bejaarde bewoonster. Ingrijpen van zijn mededader voorkwam dat Junior de vrouw de schedel insloeg. Junior is 16 maar functioneert op het niveau van een 11-jarige. Van de kinderrechter kreeg hij een laatste kans, mits hij mee zou werken aan begeleiding en behandeling en geen delicten meer zou plegen. Gisteren is hij echter door de wijkagent van een gestolen fiets geplukt, waarbij het nog niet bekend is of hij deze fiets zelf gestolen heeft.

Heeft junior zijn laatste kans verspeeld en dient hij nu Jeugd-TBS opgelegd te krijgen? Dus twee jaar de gevangenis in, waarvan bekend is dat de noodzakelijke behandelingen er niet plaatsvinden en door kinderrechter wel eens aangeduid zijn als ‘hogescholen van de criminaliteit’. En de baby? Kan een baby veilig opgroeien onder deze omstandigheden? Dit gezin stond jarenlang bekend als ‘zorgwekkende zorgmijders’: niemand had toegang tot of contact met het gezin. Wat betekent ingrijpen voor het goede contact dat er nu wel is met het gezin? Is het beter om bepaalde dingen oogluikend toe te staan of er van weg te kijken, zodat ingrijpen uitgesteld kan worden en er vanuit de goede band langzaam aan verbetering gewerkt kan worden?

Welke belangen worden er gediend door in te grijpen: de belangen van het kind, van de ouders, van de samenleving? Welke van die belangen prevaleert?
En maakt het verschil voor het uiteindelijke oordeel of dit gezin een woonwagengezin is of dat er sprake is van een gezin van succesvolle ondernemers? Wordt het uiteindelijke oordeel er anders op als blijkt dat dit gezin succesvol is, geen financiele zorgen heeft en ieder jaar genereus doneert aan diverse lokale initiatieven?

Bij deze morele oordeelsvorming is er sprake van ‘morele meervoudigheid’, omdat er geen sprake is van een eendimensionale benadering: er spelen waarden mee vanuit een beroepsmoraal (clientgericht werken), de organisatiemoraal (missie & visie, effectief en efficient werken), de publieke en politieke moraal (niet pamperen, ingrijpen achter de voordeur) en waarden vanuit wet- en regelgeving (rechtmatigheid, rechtsgelijkheid).

Moraliteit en wet- en regelgeving zijn echter noch het product van individuele casuïstiek, noch één-op-één toe te passen op individuele casuïstiek. Handelingsprotocollen, werkinstructies en beslisbomen zijn kaderstellende en richtinggevende instrumenten, maar bieden geen pasklare antwoorden.
Dat maakt dat handelen en ingrijpen altijd individuele afwegingen zijn, mede gebaseerd op interpretatie van de dan geldende moraal en wet- en regelgeving. Afwegingen die kunnen leiden tot ethische dillema’s en loyaliteitsconflicten. Bescherm je het kind en verlies je de ouders of behoud je de ouders en ijver je intussen voor de veiligheid van het kind? Ga je als professional af op je ‘niet-pluis-gevoel’ of maak je een klinische objectieve afweging? Hoe ga je als professional integer om met deze ethische dillema’s en met deze botsende waarden en loyaliteiten?  

“Een moeder van 7 kinderen legt uit dat ze alleen van kinderen kan houden zolang ze „puur‟ zijn en niemand anders ze nog heeft aangeraakt. Zwanger zijn vindt ze dus heerlijk, maar bij de geboorte gaat het mis. Zodra de verloskundige de baby aanraakt, treedt verkilling op in moeders gevoelens voor dat kind. Materieel en qua opvoeding wil deze 'verkilde' moeder de kinderen alles geven, maar naar haar overtuiging heeft ze hun gevoelsmatig niets te bieden. Ze voelt zich tekort gedaan door iedereen, door haar kinderen, en straks waarschijnlijk ook door mij. Soms zie ik momenten van tederheid tussen moeder en kinderen. Is dat dan genoeg? Wat te doen?” (Van der Pas, 2007).

Lia van Doorn - lector Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening - stelt dat sociale professionals in de frontlinie impliciet de plicht tot moraliseren hebben gekregen, maar niet het maatschappelijk mandaat, de normatieve kaders, de ruimte en het vertrouwen dat daar voor nodig is. Ze zien zich gesteld voor vrijwel onoplosbare dilemma’s waar de samenleving geen weet van heeft.

 De filosoof en hoogleraar humanistiek Harry Kunneman noemt deze situaties de ‘plekken der moeite’: Plekken der moeite zijn plekken waar mensen op de grenzen van hun oplossingsvermogen stuiten. Op deze plek kunnen we ons niet meer terugtrekken op objectieve kennis en technische expertise, maar komen we als persoon in het geding, inclusief onze morele overtuigingen.

Het resultaat is een sector midden in een zoektocht. Een ethische zoektocht naar reflexieve normativiteit en normatieve professionaliteit.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen